headerVBR3

Voorjaarvergadering 2021

Vereniging voor Burgerlijk Recht Bastion 2021

Voorjaarsvergadering VBR 9 april 2021

Bastion van het Burgerlijk Recht

Geachte leden,

Het bestuur van de Vereniging voor Burgerlijk Recht nodigt u graag uit voor de komende voorjaarsvergadering, die ditmaal online zal plaatsvinden op vrijdag 9 april 2021 van 15.00 uur tot 17:10 uur. Tijdens deze vergadering bestormen jonge civilisten het Bastion van het Burgerlijk Recht voor een discussie in het kader van ‘schadevergoedingsrecht in de schijnwerpers’. Meer informatie over de sprekers en de onderwerpen die zij zullen behandelen treft u onderaan deze uitnodiging aan.

Verder wordt de VBR Publicatieprijs 2019 uitgereikt en zullen Channa Samkalden en Veeru Mewa worden voorgedragen voor benoeming als nieuwe bestuursleden. Een gedetailleerde agenda van het programma van de voorjaarsvergadering volgt later.

In ieder geval is er dus reden genoeg om aan de vergadering deel te nemen.

Indien u de vergadering wenst bij te wonen, verzoeken wij u vriendelijk om u aan te melden of per e-mail (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.). U zult dan enige tijd voorafgaand aan de vergadering op het e-mailadres waarmee u zich hebt aangemeld een Zoom-link ontvangen waarmee u kunt deelnemen aan de vergadering.

Met vriendelijke groet,

Namens het bestuur van de Vereniging voor Burgerlijk Recht,

Prof. mr. drs. Jan Biemans

 


Carlijne Manders

"De aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van de producent voor schade aan het product zelf"

Een product biedt soms niet de veiligheid die de koper daarvan mag verwachten. Veroorzaakt een dergelijk product schade aan andere zaken of personen, dan kan de koper de producent rechtstreeks aanspreken tot vergoeding daarvan op grond van art. 6:185 BW of art. 6:162 BW. Voor vergoeding van schade aan het product zelf kan de koper in beginsel de verkoper aanspreken op grond van wanprestatie. Het betreft immers schade die de koper lijdt, doordat hij niet krijgt waarop hij op grond van de koopovereenkomst recht heeft. Mogelijk is echter dat de verkoper geen verhaal biedt, bijvoorbeeld omdat hij is gefailleerd. De vraag rijst dan of de koper de schade aan het product zelf kan verhalen op de producent op grond van art. 6:162 BW. In deze bijdrage wordt op deze vraag ingegaan aan de hand van het arrest Daf/Achmea. Ter inspiratie wordt een vergelijking gemaakt met het Canadese recht.

Over de spreker
Carlijne Manders is promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij schrijft een rechtsvergelijkend proefschrift over de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad voor zuivere vermogensschade onder begeleiding van prof. mr. A.J. (Albert) Verheij en prof. mr. drs. C.M.D.S. (Charlotte) Pavillon.

   

Thijmen Nuninga

“De winstafdracht als zelfstandige remedie”

Het Nederlandse recht kent geen algemene vordering tot winstafdracht. Er zijn wel wat bijzondere bepalingen in het IE-recht die zo’n vordering mogelijk maken, maar het algemene vermogensrecht is toch vooral gebouwd rondom de schadevergoeding. Artikel 6:104 BW maakt het voor de rechter evenwel mogelijk om in passende gevallen op vordering van de benadeelde de schade te begroting op de winst van de gedaagde. Hoewel het artikel aanvankelijk vooral werd toegepast waar de winst van de gedaagde en de eiser van de benadeeld waarschijnlijk wel dicht bij elkaar in de buurt lagen, wordt een verdedigbaar verband tussen schade en winst steeds meer losgelaten. Dat roept de vraag op of artikel 6:104 BW zich niet zou moeten ontwikkelen tot een zelfstandige grondslag voor winstafdracht. Maar wanneer zou daar ruimte voor moeten zijn? Als de schade lastig is te begroten, zoals de Hoge Raad in Ymere overweegt? Betekent dat dan dat een door een arbeidsongeval arbeidsongeschikt geraakte werknemer bij wijze van schadevergoeding de winst van zijn werkgever zou moeten kunnen vorderen? Zou het Kelderluik-slachtoffer afdracht kunnen vorderen van de arbeidsuren die zijn uitgespaard door kelderluiken open te laten staan? Zou de buur van een hinder veroorzakende fabriek afdracht kunnen vorderen van de winst die met die hinder wordt veroorzaakt? Of is dat alleen mogelijk waar inbreuk wordt gemaakt op exclusieve rechten of waar de onrechtmatige daad opzettelijk gepleegd is? Op dit moment lijken rechters en partijen aangewezen op intuïtie. Deze bijdrage waagt een poging het toepassingsbereik voorbij de intuïtie te tillen en te voorzien van een duidelijkere fundering.

Over de spreker
Thijmen Nuninga is PhD Fellow bij de Afdeling Burgerlijk Recht van de Universiteit Leiden. Hij schrijft een proefschrift over de structuur van het delictuele remedierecht bij Willem van Boom en Jaap Hijma.


Marlou Overheul

"Alternatieve compensatiesystemen voor beroepsziekten: een goed alternatief voor het aansprakelijkheidsrecht?"

De schadeafhandeling voor beroepsziekten via het aansprakelijkheidsrecht is complex. Benadeelden lopen tegen juridische obstakels aan. Zo is van belang of de werkgever enig tekortschieten kan worden verweten, of causaal verband kan worden aangetoond en of solvente daders zijn aan te wijzen. De kans op het volledig vergoed krijgen van de geleden schade is klein. Hier komt bij dat procedures lang, kostbaar en emotioneel belastend zijn, waardoor de drempel om een beroepsziekteclaim in te dienen hoog is. Dit zorgt ervoor dat het aansprakelijkheidsrecht in dit type zaken niet in compensatie voorziet, terwijl veelal vaststaat dat de werkgever een normschending heeft veroorzaakt. Een terugkerende discussie in de rechtswetenschappelijke literatuur is dan ook of ons aansprakelijkheidsrecht misschien deels moet worden verlaten in beroepsziektezaken. Een oplossing kan worden gevonden in alternatieve compensatieregelingen voor beroepsziekten. In deze bijdrage wordt aan de hand van een eerste verkennende analyse ingegaan op de vraag wanneer een alternatief compensatiesysteem al dan niet te prefereren valt boven het aansprakelijkheidsrecht.

Over de spreker
Marlou Overheul is sinds 2020 als promovenda verbonden aan de Universiteit Utrecht. Zij schrijft een juridisch-empirisch proefschrift over alternatieve compensatiesystemen voor beroepsziekten.


Marnix Hebly

“Schadevaststelling bij aantasting van de winstcapaciteit van een onderneming”

Sommige onderwerpen, die voor de praktijk erg belangrijk zijn, blijven in de rechtsgeleerdheid onderbelicht. Een van die onderwerpen is schadevergoeding vanwege winstderving. In een van de langstlopende rechtszaken van Nederland, tussen een betonpalenfabrikant die in zijn uitbreidingsplannen is gehinderd en de daarvoor aansprakelijke gemeente, komt een aantal problemen naar voren die aandacht verdienen. Hoe moet ‘winstderving’ eigenlijk worden vastgesteld? Wat is daarbij het ‘peilmoment’, en wat betekent dit voor de relevantie van latere gebeurtenissen? Wat is de betekenis van de factor ‘ondernemingsrisico’? Niet zelden staan met de beantwoording van deze vragen grote financiële belangen op het spel, terwijl het schadevergoedingsrecht op deze punten niet steeds even helder en consistent is. In deze bijdrage wordt de schijnwerper gericht op een aantal van deze onderwerpen, aan de hand van de beruchte betonpalenzaak.

Over de spreker
Marnix Hebly is als universitair docent verbonden aan Erasmus School of Law en doceert voornamelijk in het privaatrechtelijke masteronderwijs. Medio 2019 promoveerde hij op het proefschrift ‘Schadevaststelling en tijd’.